previous arrowprevious arrow
next arrownext arrow
Shadow
Slider
De rede van Arnemuiden

De Kroniek van Arnemuiden / Periode 1200 tot 1500 / Over de grijze oudheid van Arnemuiden. 
Uittreksel met toestemming van de auteur J. Adriaanse . Alle artikelen van zijn hand zijn te vinden op http://kroniek.arnehistorie.com link
 
In het eerste artikel link over de grijze oudheid van Arnemuiden, gaat het vooral over wat er bekend is over het eerste Arnemuiden en over het begin van nieuw Arnemuiden ‘op den Oostdijck’. De Langstraat en Westdijkstraat vormen de vroegere zeedijk van Walcheren (genoemd de ‘Oostdijck van Walcheren’). Over het eerste Arnemuiden is zeer weinig bekend. Het ontstaan is in dichte nevelen gehuld. Maar dit geldt voor het gehéle eiland Walcheren en ook voor Middelburg. Vóór nieuw Arnemuiden gesticht werd bestond vanaf begin de 13e eeuw het eerste Arnemuiden, later genoemd Oud Arnemuiden. De vanouds belangrijke stad Middelburg stond door de bochtige Arne (wellicht ontstaan door een getijdengeul) in verbinding met de brede waterplas, de Lemmel, ten oosten van Walcheren. Het eerste Arnemuiden lag aan de zuidzijde van de monding van de Arne, dus nu aan de overzijde van het kanaal in meer westelijke richting. Aannemelijk is dat het is ontstaan door de bouw van een nederzetting aan de monding van de Arne. De allereerste vermelding over Arnemuiden komen we tegen in een oorkonde van 15 juni 1223. Daarin wordt gerept over een zekere ‘Remerus de Arnemuda’.
 
 
De rede van Arnemuiden
 

Geweldige vloeden teisterden in de vroege eeuwen van haar bestaan soms het Zeeuwse gewest. Bij de stormvloed van 1014 stegen de golven volgens oude kroniekschrijvers ‘tot de wolken’. Van de vloed van 1170 wordt er gezegd dat de golven niet alleen over de dijken maar zelfs over de duinen kwamen. Bij de Sint Aagtenvloed van 1288 overstroomde, volgens de overlevering, geheel Zeeland behalve het eiland Wolfaartsdijk en Walcheren.

Ook in 1377 was er een grote stormvloed. Bij de Sint Elisabethvloed van 19 november 1404 liep het gehele eiland gevaar; er werd toen een gat geslagen in de Arnedijk beoosten de Galg. Enige jaren later, in 1408, sloeg er door een dijkval opnieuw een groot gat in de dijk bezuiden Arnemuiden ‘waardoor ’t land in vreeze was van in te breken’ en de gemeente bij klokgelui te hulp geroepen werd. In 1437 braken door de watervloed op Walcheren op meer dan 30 plaatsen de dijken door. Dit betekende feitelijk de ondergang van het eerste Arnemuiden. Aangenomen mag worden dat het eerste Arnemuiden na 1462 geheel is ontruimd. Steeds meer geraakte het in verval en omstreeks het midden van de 16e eeuw werd het gewoonlijk ‘Het Oude Gat’ genoemd.

De stichting van het huidige Arnemuiden op de Oostdyck
Het omslagpunt van de verplaatsing van Arnemuiden naar de Oostdijk moet worden gezocht tussen 1438 en 1462. Het nieuwe Arnemuiden verloor door de verplaatsing de vorige nering, scheepvaart en koophandel niet. Want nauwelijks was het gesticht of het begon door de menigte van de van rondom toevloeiende inwoners zeer volkrijk te worden, zodat het al in het jaar 1462 tot een aanmerkelijk dorp was aangegroeid.

 

De rede van Arnemuiden

De bloeiperiode van het huidige Arnemuiden ligt vooral in het tijdsbestek 1470-1600, wat wel de Arnemuidse ‘gouden eeuw’ mag worden genoemd. Werkelijk onvoorstelbaar en ongekend was de bloei, de scheepvaart, de handel en de bedrijvigheid voor en in Arnemuiden in deze periode. Zeker vanaf 1500 tot 1600 was de zoutnering één van de hoofdbronnen van bestaan en na 1600 tot 1750 dé hoofdbron van bestaan. Arnemuiden gold in de 16e eeuw als de officieuze stapelplaats voor het zout (het ruwe baaizout van de Franse, Spaanse en Portugese kust) in de Nederlanden. Weliswaar was er ná 1600 tot het midden van de 18e eeuw nog wel sprake van een zekere bloei door de zoutnering. Maar vergeleken met de 15e/16e eeuw was dit een zwakke afschaduwing. Pas vanaf circa 1750 liep de zoutnering ten einde en kwam de garnalenvisserij met de op de werf te Arnemuiden gebouwde hoogaarzen op.

Als men nu vanaf het Hoofd bij de werf een blik slaat naar de overzijde van het kanaal op de vredige kanaaldijk en de hofstede, is het ónvoorstelbaar wat op hetzelfde punt in de 15e/16e eeuw op de rede te aanschouwen was. Het is bijna niet voor te stellen dat in deze tijd schepen uit alle zeevarende naties van Europa zoals Italië, Spanje, Portugal, Bretagne, Duitsland, Polen, de Oostzeelanden, Schotland en Engeland aan de hoofden (23 hoofden tussen Arnemuiden en Rammekens) voor Arnemuiden lagen. Ongekend is dat de rede van Arnemuiden in de 15e/16e eeuw één van de belangrijkste centra in het scheepvaart- en handelsverkeer van Europa was. Aan het einde van de 15e eeuw was de koopmanschap, zoutnering en visserij al van groot belang. In de goede jaren vóór de Opstand gingen jaarlijks minstens 1500 buiten- en binnenlandse zeeschepen op de Walcherse rede voor anker. Vele schepen overwinterden op de rede van Arnemuiden of wachtten daar op gunstige wind om uit te kunnen zeilen. Het water was er diep. Tegen de westerstormen lag men er tamelijk veilig.

1696 De rede van Arnemuiden

 

Gekortwiekt door Middelburg

Al kort na de stichting van Nieuw Arnemuiden raakte Middelburg zeer beducht voor de grote bloei van haar voorhaven aan de mond van de Arne. In 1482 bepaalde het stadsbestuur van Middelburg dat ‘alle opslag van goederen in huizen, kelders of boeten te Arnemuiden voortaan verboden zou zijn; ook mocht men er geen balans houden of gewicht hebben. Alle koopmanschappen moesten naar Middelburg worden gebracht om daar geborgen en gewogen te worden. Uitgezonderd werden eet- en drinkwaren voor eigen gebruik, zout en masten, wollen lakenen beneden 15 stuivers de el, bonnetten en hoeden beneden de 18 grooten het stuk, nagels, spelden, naalden en andere kleine ‘penninckwaerde’, boter en zeep bij het pond, vijgen, rozijnen, sprot, haring en vis bij het gewicht of bij de tel’. In 1512 werd het de Arnemuidenaars verboden de balans te Arnemuiden te houden. In 1524 legde Middelburg nog verdere beknottingen op. De verkoop van wollen lakens werd nog meer beperkt en de verkoop van fluweel, damast, satijn, kamelot, kannefas, boldamiet, enz. werd geheel verboden. Ook mochten te Arnemuiden niet meer verkocht worden maillerie, teer, pek, as, wagenschot, klaphout, sparren, latten, delen, nieuw schrijnwerk, geen hele of halve tonnen boter en zeep, geen vijgen, rozijnen, sprot, droge of natte haring en vis dan alleen bij het gewicht en de tel; geen bier, wijn, oliën, specerijen, harpuis, spiegelharst, etc. De facteur van Portugal te Antwerpen maakte groot bezwaar tegen deze beperkingen. Dit leidde er toe dat Middelburg ontheffing voor de opslag van deze koopmansgoederen verleende tot maximaal 20 dagen.

Het komt zo ver dat de inwoners van Arnemuiden zich beroepen op Keizer Karel de Vijfde. Ze krijgen gelegenheid voor het Hof te Gent te verschijnen om zich daar mondeling en schriftelijk te verweren voor de Keizer over hun grieven tegen het stadsbestuur van Middelburg. De stad Middelburg legt voor dit rechtsgeding een verdediging over van niet minder dan 248 artikelen en vergelijkt zich daarbij met een zak, waarvan Arnemuiden de mond is. Aangevoerd wordt dat ‘te Arnemuiden weliswaar de handelsbeweging is, maar te Middelburg is het kapitaal en wonen de kooplieden’. Zie Het recht van 'de naeste craen' de Stadscraen van Middelburgh link


Belang en verlanding van de rede van Arnemuiden

Uittreksel link Geschreven door J. Adriaanse en F. de Nooijer

De welvaart ten einde
De val van Arnemuiden was verbijsterend groot. In enkele tientallen jaren kwam de welvaart ten einde door de verlanding van de rede. Na 1585 nam de internationale scheepvaart op Antwerpen sterk in betekenis af. De Antwerpse markt stortte in. Het was juist die scheepvaart op Antwerpen die voor Arnemuiden in de bloeiperiode zoveel betekende. Door de afsluiting van de Schelde nam de Zeeuwse zoutnijverheid sterk af. Buitenlandse schepen deden Arnemuiden nauwelijks meer aan. Haar nationale en internationale positie in de zouthandel was voorbij.Maar de allergrootste oorzaak was de verlanding van de rede. Al op het laatst van de 16e eeuw kreeg de verzanding een dreigend aanzien.

Het Slaak
In 1557 werd het vaarwater van Arnemuiden tot Rammekens, het Jonker Frans Gat en het Slaak, op diepte geïnspecteerd. De uitkomst was ongunstig wat aanleiding gaf voor nader onderzoek en overleg tussen Middelburg en Arnemuiden. In de jaren daarop volgend nam de verzanding echter toe. Het Slaak is de laatste bevaarbare en natuurlijke vaarweg naar open water geweest. In de jaren ervoor was noordelijk van het Slaak het Spanjaards Gat en de Lemmer al niet meer bevaarbaar. Bij een inspectie van het Slaak in 1616 kon men met een roeiboot bij laag water Arnemuiden niet meer bereiken, omdat dichtbij Arnemuiden het Slaak droog viel.

Sinds 1616 was het gegraven kanaal door de Lemmerplaat de verbinding tussen Arnemuiden en het Veerse Gat. Vanaf Arnemuiden liep het vaarwater verder naar Fort Rammekens. Door opslibbing werden in de loop van de eeuwen steeds meer polders bedijkt langs het vaarwater.

Na de inpolderingen van de rede en de afsluiting van de open verbinding naar zee kreeg Arnemuiden in 1878 een verbinding met het kanaal door Walcheren. Dit gebeurde nadat de dammen in de monding van de Arne waren verwijderd en de Arne deels werd gekanaliseerd. Van de monding tot ongeveer bij de spoorbrug loopt het Arnekanaal grotendeels door de oude bedding van de Arne. Vanaf de spoorbrug werd een kanaal gegraven naar het kanaal door Walcheren. Dit laatste stuk is later aanzienlijk verbreed ten behoeve van de daar gevestigde bedrijven.

Sinds de aanleg van de nieuwe haven van Nieuwland naar Middelburg in 1535 tot aan de afsluiting daarvan door een dam in 1873 is de Arne dus voor de scheepvaart 338 jaren gesloten geweest. Gehele artikel met dank aan J. Adriaanse 

Verlanding in kaart gebracht
In 2013 is een werkgroep van Museum Arnemuiden https://bezoekmuseumarnemuiden.nl aan de slag gegaan om de verlanding van Arnemuiden tot in detail in kaart te brengen. Het resultaat is een uitgebreide interactieve multimedia presentatie die in het museum te bekijken en te bedienen is.

Bronnen, noten en/of referenties:
 

Website oudmiddelburg.nl. Brongegevens: Gids door Walcheren, gedrukt bij C.H.J. van Benthem Jutting te Middelburg. De Gids door Walcheren en Gids voor Middelburg, gedrukt bij J.C & W. Altorffer te Middelburg. Voorts is er gebruik gemaakt van "De monumenten van Middelburg" van W.S. Unger. Ontbrekende gegevens zijn verkregen uit websites en overige publicaties. Voor de juiste adressen hebben we gebruik gemaakt van het "Stratenregister Middelburg", een naslagsysteem betreffende de wijk-, straatnaam- en huisnummerwijzigingen in Middelburg samengesteld door het Gemeentearchief Middelburg in 1989.

Gebruik van foto's uit de Beeldbank van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed | Historisch-topografische atlas 'Zelandia Illustrata' van het Koninklijk Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen (KZGW) Beeldbank Zeeland | Archieven.nl | TU Delft Beeldbank | Rijksmuseum | Collectie glasnegatieven in beheer van Oud Middelburg. Alle foto's zijn aangepast en ingekleurd met de hand door Oud Middelburg. Het garandeert geenszins dat de ingekleurde afbeelding een nauwkeurige weergave is van de daadwerkelijke momentopname.

Auteursrecht
Op sommige op de site aanwezige creaties (vormgeving, beeldmateriaal en teksten) rust intellectueel eigendomsrecht. Wilt u gebruik maken van de publicaties zoals deze op de website worden getoond, met name het beeldmateriaal met brongegevens van de rechthebbenden, kopieer/link dan het webadres van de desbetreffende pagina. Gelieve de afbeeldingen en/of tekst niet geheel of gedeeltelijk te kopiëren, te reproduceren, te plakken of te fotokopiëren, screenshots te maken of te knippen. Hiermee schendt u onze rechten.